search
NL
A A A A
Medegefinancierd door de Europese Unie
VEILIGHEIDSPROGRAMMA SCHELDEGEBIED

De veiligheid in het Scheldegebied vergt een integrale aanpak

De Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart (PC) heeft in het
verdrag Gemeenschappelijk
Nautisch Beheer (Art. 2, derde lid) de opdracht gekregen om binnen een jaar na inwerkingtreding van het verdrag een veiligheidsplan vast te stellen. Aan de voorbereiding voor dit plan wordt door Nederland en Vlaanderen al geruime tijd gewerkt, en zijn in het verleden al diverse veiligheidsmaatregelen doorgevoerd.

De PC heeft gekozen voor een integrale aanpak, waarbij wordt gestreefd naar instandhouding, en waar mogelijk verdere verbetering van de veiligheid via de volgende invalshoeken:

  • preventieve nautische maatregelen;
  • zorg voor de externe veiligheid;
  • handhaving van de regels;
  • calamiteitenbestrijding;
  • monitoring.

De zorg voor de externe veiligheid heeft geresulteerd in een actualisatiestudie in 2011. De studie geeft inzicht in de huidige risico's langs de Westerschelde oevers, als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de rivier.

Het rapport van de studie en de toelichting zijn te vinden onder

documentatie/projecten en studies/veiligheidsplan Westerschelde.

Het preventieve deel is uitgewerkt in projecten. Momenteel wordt gewerkt aan:

  • ketenwerking;
  • VTS2020;
  • scheiden van verkeersstromen; zeevaart en 'kleine' vaartuigen;
  • toetsen ontwikkelingen recreatievaart;
  • verruimen toelatingsbeleid marginale schepen.

Monitoring veiligheid

Jaarlijks wordt aan de PC een monitoringsrapportage aangeboden waarin wordt gerapporteerd over de ontwikkeling van de veiligheid in het voorgaande jaar.  


Studie scheiden zeevaart en binnenvaart/recreatievaart

Een van de veiligheidsmaatregelen in het Scheldegebied waarvoor de PC opdracht heeft gegeven, is de studie waarin wordt onderzocht welke preventieve nautische maatregelen kunnen worden getroffen om mogelijke conflicten tussen de zeevaart, de binnenvaart en de recreatievaart te voorkomen. We onderzoeken of het mogelijk is de zeevaart van de 'kleinere' vaartuigen te scheiden en zo de veiligheid in het Scheldegebied te verhogen. Daarbij houden we rekening met de vlotheid en natuur- en milieuaspecten.

In de in het studierapport gedane aanbevelingen is het gebied in zes trajecten verdeeld, waarbij voor elk traject een voorkeur voor een alternatieve route is benoemd. De voorgestelde maatregelen voor elk traject zijn ingedeeld in drie inrichtingenniveaus:

  • niveau 1: promotie van het gebruik van alternatieve vaarroutes;
  • niveau 2: markeren van het vaarwater en verstrekken van actuele diepteinformatie;
  • niveau 3: verdiepen van (de drempels) van de nevengeulen met baggerwerken.

De maatregelen binnen inrichtingsniveau 1 en 2 zijn als 'quick wins' nader uitgewerkt in een implementatieplan. 


 

Nautische handhaving en toezicht in het Scheldegebied

In het kader van het Veiligheidsprogramma wordt, om de werking van de reglementering te optimaliseren, bezien hoe in samenwerking met de opsporingsdiensten en de openbare ministeries de handhaving kan worden geïntensiveerd.

Voor het Nederlandse deel van het Scheldegebied is Rijkswaterstaat belast met de zorg voor de vaarweg en havens en een veilige, vlotte en milieuverantwoorde verkeersafwikkeling op het water. Handhaving van de hiermee samenhangende regelgeving is ook een nadrukkelijke taak van Rijkswaterstaat en draagt bij aan het bereiken van de beleidsdoelen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De Nautische Handhaving op de Westerschelde en het Kanaal van Gent naar Terneuzen betreft de handhaving van verkeersregelgeving volgens het Scheepvaartreglement Westerschelde, de nieuwe Binnenvaartwet, het Scheepsafvalstoffenverdrag (SAV) en de Waterwet.

In het Scheldegebied varen momenteel drie patrouillevaartuigen van Rijkswaterstaat die belast zijn met toezicht en handhaving. In 2011 zijn er twee nieuwe CoPI-vaartuigen in dienst gesteld, de RWS 78 en RWS 79. De bemanning (mobiele verkeersleiders) van de patrouillevaartuigen controleert de vergunningverlening aan de schepen en begeleid het scheepvaartverkeer bij calamiteiten.

De mobiele verkeersleiders zijn allen Bevoegd Opsporings Ambtenaar (BOA). Zij kunnen zowel bestuurlijk als strafrechtelijk optreden bij geconstateerde overtredingen.

Sinds 2010 is er 1 patrouillevaartuig in volcontinudienst en 1 vaartuig veelal 16 uur per dag aanwezig op de Westerschelde.

Elk jaar wordt door Rijkswaterstaat een nautisch handhavingsplan opgesteld waarin zowel de landelijke als de regionale prioriteiten worden benoemd.

Zo kunnen er afspraken worden gemaakt over de o.a. de volgende prioriteiten:

  • Risicovol of hinderlijk vaargedrag;
  • Communicatie;
  • Laden/lossen in het kader van SAV;
  • Binnenvaartwet.

Rijkswaterstaat zet zich in voor een sterke samenwerking tussen de handhavers van Rijkswaterstaat met het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) en de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW), met het doel het vergroten van de veiligheid op de vaarweg.